logo stedelijk orkest
Advertisement
Historie PDF Afdrukken E-mail
Van Stedelijk Muzykcorps tot Stedelijk Orkest Kampen: 150 jaar muziek

Het begin

Wanneer het bezoek van Koning Willem II aan Kampen op 18 mei 1842 muzikaal opgeluisterd moet worden door het stafmuziekkorps van het 8e regiment Infanterie uit Amsterdam, groeit in het liberale Kampen de wens om te komen tot de oprichting van een eigen stadsmuziekkorps.

Deze wens bestond al langer bij de stedelijke schutterij, blijkens de aanzienlijke (overigens nooit door het stadsbestuur geaccepteerde) bedragen voor aanschaf van muziek die de commandant vanaf 1841 zette op de begroting van zijn schutterij.
Hoewel het stedelijk muziekkorps eerst officieel bij raadsbesluit van 1 juni 1843 werd opgericht, werden de eerste initiatieven dan ook genomen in 1842. Toen werden reeds muzikanten benaderd, alsmede informatie ingewonnen over uniformen en instrumenten.

Het was echter de begin 1843 benoemde burgemeester Jhr. H.A. Wttewaall van Stoetwegen die de zaak in een stroomversnelling bracht, hetgeen resulteerde in genoemd raadsbesluit. De burgemeester wees hierbij op "het genoegen, hetwelk hierdoor aan de ingezetenen van alle standen zoude verschaft en het meerdere aanzien, wat aan de stad gegeven worde...".

De belangrijkste taken van het nieuwe korps waren het verzorgen van concerten op de zondagmiddag (!) en het begeleiden van de stedelijke schutterij, wanneer die op oefening ging. Het uniform was dan ook op dat van de schutterij afgestemd. (Aan het huidige uniform van het Stedelijk Orkest zijn hieraan nog herinneringen te ontdekken.)

Als eerste kapelmeester werd benoemd de stadsmuziekmeester J.L. Henrich. Reeds een maand na de oprichting werden onder zijn leiding de eerste concerten door het Stedelijk Muziekkorps gegeven. De muzikanten waren semi-professioneel en ontvingen een vergoeding van de stedelijke overheid.

Vanaf 1868 was de leiding van het korps gedurende 35 jaar in handen van A.J. Gaillard. Hij bracht het korps in muzikale zin tot op een professioneel niveau. Het korps deed zelfs mee op concoursen, zoals in 1872 te Gent waar het korps blijkens een bericht in de Kamper Courant uit die tijd een zeer goed figuur had geslagen.

Natuurlijk waren er ook de wekelijkse concerten op de Nieuwe Markt en bij de Buitensociëteit aan de overzijde van de brug, terwijl de muzikanten zich met regelmaat dienden te melden ter begeleiding van de schutterij.

De verhouding tussen schutterij en muziekkorps was echter niet altijd even rooskleurig. Zo berichtte de Kamper Courant in augustus 1883 dat het korps zich onbetamelijk had gedragen tijdens oefeningen van de schutterij. Later was er zelfs onenigheid tussen de plaatsvervangend commandant van de schutterij en de kapelmeester, wat uiteindelijk uitliep op het ontslag van eerstgenoemde.

Van bloei tot opheffing

In 1870 werd ten behoeve van de opleiding van muzikanten een stedelijke muziekschool opgericht. Ruim zestig jaar zouden orkest en muziekschool een eenheid blijven vormen, waarbij de kapelmeester meestal tevens direkteur van de muziekschool was. Aardig is het te vermelden, dat de dirigent van het Stedelijk Orkest nog tot 1975 direkteur werd genoemd, ook al was de verbinding met de muziekschool al meer dan veertig jaar verdwenen!

Ongeveer gelijktijdig met de komst van de muziekschool veranderde de bezetting van het orkest van een fanfarebezetting naar een harmoniebezetting.

In 1903 volgde Chris Hengeveld sr. Gaillard als kapelmeester en directeur van de muziekschool op. Onder zijn ijzeren regime waarbij een strakke discipline van de muzikanten werd vereist, stegen roem en kwaliteit van het Stedelijk Muziekkorps tot grote hoogte. Het was de tijd dat muzikanten van het Stedelijk zonder auditie zondermeer bij andere beroepsorkesten werden toegelaten. Leerlingen van de Kamper muziekschool werden dan ook eerst na een strenge selectie door Hengeveld tot het muziekkorps toegelaten.
Het is ook vooral onder zijn leiding geweest, dat de populariteit van het Stedelijk ook op lokaal niveau een hoogtepunt bereikte. De concerten van het orkest waren een feest voor jong en oud. Nog steeds denken oudere Kampenaren met plezier terug aan deze vooroorlogse concerten.

In 1934 viel echter het doek voor muziekkorps en muziekschool. Bezwaren van levensbeschouwelijke aard, maar meer nog de slechte economische situatie aan het begin van de jaren dertig, deden de gemeenteraad concluderen dat het onderhouden van een stedelijk muziekkorps niet meer tot de gemeentelijke taken behoorde.

Door inspanning van particulieren en muzikanten, ging het orkest als zelfstandig korps verder, eerst als stichting, sinds 1971 als vereniging. Hierbij dient vooral de naam genoemd te worden van G. Bruggink, die gedurende ruim dertig jaar als voorzitter van de stichting zijn hart en ziel gaf voor `zijn Stedelijk'.

In de jaren na de opheffing als stadsorkest probeerde hij met behulp van anderen het orkest zo goed en zo kwaad als het ging als zelfstandig korps op de been te houden. Instrumenten, uniformen en muziek kreeg men in bruikleen van de gemeente Kampen. Men sloot zoveel mogelijk aan bij de oude traditie. De muzikanten kregen jaarlijks een kleine financiele vergoeding, maar ook een boete bij het verzuimen van een repetitie! De concerten op de Nieuwe Markt en bij de Buitensociëteit probeerde men zoveel mogelijk de continueren.

De oorlog maakte hieraan echter een einde. Nadat eerst individuele muzikanten als G.Leurink en D.Karel door hun anti-Duitse houding in de problemen kwamen, moest vanaf 1942 het hele korps haar muzikale activiteiten stoppen wegens de weigering te spelen voor de Duitse bezetter. Uniformen, instumenten en muziek moesten op last van het gemeentebestuur ingeleverd worden.

Een nieuw begin

Na de oorlog kwam het muzikale leven in Kampen, zo ook bij het Stedelijk Orkest, weer op gang. Instrumenten en muziek kregen de muzikanten weer terug; de uniformen waren echter in de oorlog vermaakt voor de landwachten, zodat het Stedelijk steeds in burgerkleding optrad.

In de jaren na de oorlog stond het streven het korps te helpen aan zowel nieuwe uniformen als nieuwe instrumenten dan ook centraal. Het stichtingsbestuur streefde echter ook verdergaande idealen na, zoals ondermeer de heroprichting van een muziekschool. Maar het Stedelijk bleef nummer een, zoals ook blijkt uit het volgende citaat uit een brief aan het College van B&W, waarin wordt verzekerd dat "bij ons in de eerste plaats voorzit het muziekleven in Kampen te stimuleren.

Dat het Stedelijk Muziekcorps daarbij onze bijzondere sympathie heeft vindt uitsluitend zijn oorzaak in het feit dat dit corps naar onze mening het beste corps is en daarom niet verloren behoort te gaan"! Het slechte instrumentarium was er echter debet aan, dat ondanks de goede inzet van muzikanten en dirigent Chris Maas de muzikale kwaliteit gaandeweg steeds minder werd.

Omdat de aanschaf van nieuwe instrumenten en uniformen financieel nog onmogelijk bleek, hoopte men de neergaande lijn te kunnen ombuigen met een nieuwe dirigent, in de persoon van Chris Hengeveld jr. Inderdaad leekk het tij zich te keren. Recencisten zagen "goede kansen dat het vroeger zo vermaarde en populaire `Stedelijke' tot nieuwe bloei zal kunnen raken".

Waarschijnlijk ook om het korps een extra stimulans te geven werd - tegen beter weten in! - reeds in 1957 (in plaats van in 1958) het 115-jarig bestaan gevierd. Sindsdien wordt 1842 - in feite ten onrechte - als het jaar van oprichting beschouwd.
Hernieuwd historisch onderzoek heeft echter aangetoond dat, zoals aan het begin reeds is vermeld, wel de eerste initiatieven tot de oprichting in 1842 werden genomen. Het is ook daarom dat - tevens aansluitend bij de in 1957 ontstane traditie - nu in 1992 het 150-jarig bestaan wordt gevierd.

In het jubileumjaar 1957 werden door de een jaar eerder opgerichte `Vrienden van het Stedelijk Orkest' tal van festiviteiten georganiseerd. Dankzij de inspanning van de `Vrienden' kon het korps zich in januari 1958 weer voor het eerst sinds 16 jaar in uniform presenteren. Een nieuw instrumentarium kon uiteindelijk mede dank zij een geldlening van de gemeente Kampen, in 1963 aangeschaft worden.

Een nieuw tijdperk brak hiermee aan. Het `Stedelijk' bloeide weer en had haar oude zelfvertrouwen terug. Dit kwam ondermeer tot uiting in het op grootse wijze vieren van het 125-jarig bestaan in 1968. In hetzelfde jaar deed het korps voor de eerste maal mee aan het bloemencorso in Amsterdam, een evenement waaraan het korps vaker zou gaan deelnemen.

In 1975 nam dirigent Chr. Hengeveld jr. na bijna twintig jaar afscheid als `direkteur' van het Stedelijk Orkest. Met de komst van nieuwe dirigenten als J.Holtrop, L.Schouten en G. van Veldhuizen onderging het Stedelijk vooral ook door modernere muziekkeuze een duidelijke verjonging.

De komst van nieuwe uniformen in 1975, waarbij de oude zwarte op de schutterij geënde uniformen werden verwisseld door statige blauwe pakken, droeg hiertoe eveneens bij.

Het sinds het midden van de jaren zestig bestaande tamboerkorps onderging eveneens een vernieuwing door de introductie van melodie-instrumenten in de vorm van lyra's. In 1985 werd opnieuw ingehaakt op de nieuwe ontwikkelingen met de aanschaf van xylofoon en marimba, waarmee de malletband een geheel eigen en eigenzinnige plaats is gaan innemen binnen het `Stedelijk'.

Te zamen vormen orkest en malletband en daarnaast andere onderdelen als leerlingenorkest, damescomite en Kampereilanders een bloeiende vereniging, met een ledental dat de mensen van het eerste uur zeker goed zou doen. Over deze bloeiende vereniging anno 1992 vindt U elders in deze jubileumkrant meer informatie.

(Theo van Mierlo)

Een uitvoerig historisch overzicht zal gegeven worden in het dit najaar verschijnende jubileumboekje onder de titel "Van Stedelijk Muzykcorps tot Stedelijk Orkest Kampen: 150 jaar muziek", geschreven door G. de Kaste en Th. van Mierlo.
 
Advertisement