logo stedelijk orkest
Advertisement
Mythe van 1842 PDF Afdrukken E-mail
In 1992 vierde het Stedelijk Orkest met tal van evenementen over het gehele jaar verspreid, op grootse wijze zijn 150-jarig bestaan.

Het `Stedelijk Muziekkorps' werd bij raadsbesluit van 1 juni 1843 officieel opgericht. Werd het jubileum in 1992 dan feitelijk niet een jaar te vroeg gevierd? Het antwoord moet inderdaad "ja" luiden! Maar in 1992 werd wel een traditie gevolgd die reeds enkele decennia bestond, een traditie die 1842 als het jaar van oprichting beschouwde. Hoe kon nu deze traditie ontstaan?

Vanaf de oprichting in 1843 tot de formele opheffing van het Stedelijk Orkest als stadsorkest per 1 januari 1934, zijn er geen aanwijzingen dat jubilea van het orkest bijzondere aandacht kregen. Ook toen het muziekkorps op initiatief van Kamper burgers en muzikanten als particulier orkest werd voortgezet werden er aanvankelijk geen jubilea gevierd. In de jaren vóór de oorlog was alle aandacht te zeer gericht op het streven het orkest zo goed en zo kwaad als het ging als zelfstandig korps op de been te houden.
Indien de oorlog zich niet had aangediend, was misschien in 1943 het eeuwfeest gevierd geweest. Maar reeds een jaar eerder, in 1942, had het korps zijn muzikale activiteiten moeten stoppen wegens de weigering te spelen voor de Duitse bezetter. Ook in de eerste jaren nà de bevrijding die in het teken stonden van het hervinden van het vooroorlogse muzikale peil, was er geen ruimte voor jubileavieringen.
Dit betekende echter niet dat het jaar van oprichting in het vergeetboek was geraakt. Alom was het jaar 1843 bekend. Niet alleen werd het steeds genoemd in de discussies rond de opheffing van het orkest in 1934, ook bij de bestuursleden van de Vereniging tot Instandhouding van het Stedelijk Muziekkorps, later Stichting "Het Stedelijk" genaamd, was 1843 als jaar van oprichting bekend.
In 1947 had de toenmalige gemeentearchivaris Don hen op hun verzoek nog een kort historisch overzicht doen toekomen, waarin 1 juni 1843 als oprichtingsdatum expliciet wordt vermeld. Redacteur Hans Wiersma van 't Nieuws voor Kampen besteedde in de krant van 2 juli 1953 met een artikel onder de titel "Over Stedelijke Muziekschool en Stedelijk Orkest", aandacht aan het feit dat precies 110 jaar geleden, dus 2 juli 1843, het eerste concert van het Stedelijk Orkest had plaats gevonden.
En tijdens de ledenvergadering van het Stedelijk in 1955 werd voorgesteld het 112?-jarig bestaan van het korps te vieren met een feestconcert. Hoewel daartoe een commissie werd ingesteld, heeft het concert nooit plaatsgevonden.

De jaren vijftig stonden bij het Stedelijk Orkest vooral in het teken van instrumenten en uniformen. De eersten in bruikleen van de gemeente Kampen, waren oud en versleten en derhalve dusdanig dat daarmee de kwaliteit van het muzikale niveau ernstig werd aangetast. De uniformen waren in de oorlogsjaren op last van het gemeentebestuur gevorderd en ondermeer vermaakt tot uniformen voor de landwachten, zodat het Stedelijk sinds 1945 in burgerkleding op straat verscheen.
Maar hoe noodzakelijk de aanschaf van nieuwe instrumenten en uniformen ook was, de financiële situatie van het korps vormde een groot struikelblok. Vanaf 1956 was echter alle hoop gevestigd op de in het leven geroepen `Vrienden van het Stedelijk', een soort supportersvereniging die zich inzette om middels tal van activiteiten financiële middelen te vergaren voor de vereniging, in het bijzonder voor nieuwe uniformen en instrumenten.

Het is waarschijnlijk in deze club onder bezielende leiding van de zeer actieve maar ook zeer eigenzinnige B.H. van Mierlo, dat het idee is ontstaan om in 1957 het 115-jarig bestaan van het korps te vieren. Ongetwijfeld tegen beter weten in, maar iedereen werkte mee.
Bruggink, voorzitter van de Stichting "Het Stedelijk", die eerder in meerdere brieven 1843 als oprichtingsjaar noemde, sprak vanaf eind 1956 over 1957 als het jubileumjaar van het orkest. En zelfs Hans Wiersma repte in het door hem geschreven historisch overzicht in de uitgegeven jubileumkrant, niet over 1843!
Aanleiding om reeds in 1957 en niet in 1958 het 115-jarig bestaan te vieren, moet geweest zijn dat het jubileum extra mogelijkheden zou bieden om middels jubileumactiviteiten financiële middelen te verkrijgen. Naast activiteiten als een reünie, jubileumconcert en een uitstapje, werden namelijk ook wijnfeesten, een braderie op de Nieuwe Markt en een groots lunapark op een opgespoten deel van de in aanbouw zijnde Hanzewijk georganiseerd.
En niet zonder succes. Dankzij de inspanningen van de `Vrienden' en het vervroegde jubileum werden reeds op nieuwjaarsdag 1958 de nieuwe uniformen gepresenteerd, terwijl in datzelfde jaar ook reeds meerdere oude instrumenten door goede tweedehandsinstrumenten konden worden vervangen.

Een bijkomend effect van de festiviteiten in 1957 was dat `1843' als jaar van oprichting van het Stedelijk muziekkorps nu wèl in het vergeetboek raakte. Sindsdien werd het Stedelijk geacht te bestaan vanaf 1842.
Bijgevolg werd in 1967 op grootse wijze het 125-jarig bestaan gevierd, in 1972 het 130-jarig bestaan met een jubileumconcert herdacht en ging vervolgens in 1982 het 140-jarig bestaan eveneens met een jubileumconcert en ondermeer een jubileumkrant gepaard.
Tijdens de voorbereidingen voor de viering van het 150-jarig bestaand kwam evenwel `1843' weer als jaar van oprichting in beeld. Uiteindelijk werd toch besloten om het jubileum niet in 1993 maar in 1992 te vieren.
Enerzijds vanuit de traditie van de laatste decennia en omdat de voorbereidingen zich reeds in een gevorderd stadium bevonden. Anderzijds echter ook vanwege het feit dat historisch onderzoek had uitgewezen dat het Stedelijk Orkest weliswaar bij raadsbesluit van 1 juni 1843 formeel was opgericht, maar de eerste initiatieven tot de oprichting al in 1842 zijn genomen.!

De wens om te komen tot de oprichting van een eigen stadsmuziekkorps moet actueel geworden zijn met het bezoek van Koning Willem II aan Kampen op 18 mei 1842, waarbij ter muzikale opluistering een beroep gedaan diende te worden op het stafmuziekkorps van het 8e regiment Infanterie uit Amsterdam.
Bovendien bestond de wens van een eigen stadsmuziekkorps al langer bij de stedelijke schutterij, blijkens de aanzienlijke (overigens nooit door het stadsbestuur geaccepteerde) bedragen voor aanschaf van muziek die de commandant vanaf 1841 zette op de begroting van zijn schutterij.
Nog in hetzelfde jaar 1842 werden reeds muzikanten voor een op te richten stadsmuziekkorps benaderd, alsmede informatie ingewonnen over uniformen en instrumenten. De bewaard gebleven lijst van de in 1842 benaderde 15 muzikanten geeft behalve hun naam ook hun leeftijd, variërende van 14(!) - 41 jaar, en het instrument dat zij bespeelden.
Zo worden als instrumenten ondermeer 2 trompetten, 2 trombones, 3 walthoorns, 4 klephoorns en een cornet a piston genoemd. Het was uiteindelijk de begin 1843 benoemde burgemeester Jhr. H.A. Wttewaall van Stoetwegen die de in 1842 begonnen initiatieven in 1843 wist te verzilveren middels het al eerder genoemde raadsbesluit.
Maar alleen dank zij de reeds in 1842 aangevangen voorbereidingen was het mogelijk dat het toen nog kleine orkest van uiteindelijk zo'n 12 muzikanten reeds vier weken later zijn eerste concert in de muziektent van de Buitensociëteit kon geven.

Inmiddels ligt het bruisende jubileumjaar 1992 al weer ver achter ons en zijn we op weg naar een nieuwe eeuw. Het jaar 2000 heeft in vele opzichten een magische betekenis.
Misschien moeten we het die betekenis ook wel geven ten aanzien van het oprichtingsjaar van het Stedelijk Orkest Kampen. De eeuwwisseling zou dan een goed motief kunnen zijn om aan de "mythe van 1842" definitief een einde te maken en 1843 weer als het officiële begin van ons eigen Stedelijk te erkennen.
In 2017 bestaat Het Stedelijk Orkest 175 jaar, een mooie gelegenheid om daar een groot feest van te maken.

Th.v.M.
 
Advertisement